Alge­me­ne Voor­waar­den De Ver­eni­ging van Pot­g­rond- en Sub­straat­fa­bri­kan­ten Neder­land (VPN-Voor­waar­den 2014)

De Ver­eni­ging van Pot­g­rond- en Sub­straat­fa­bri­kan­ten, sta­tu­ta­ir geves­tigd te ’s‑Gravenzande (geme­en­te West­land), heeft de alge­me­ne voor­waar­den ver­sie 2014 d.d. 21 novem­ber 2014, gede­po­ne­erd op 21 novem­ber 2014 ter grif­fie van de Recht­bank Den Haag onder num­mer 56/2014 Tevens zijn de alge­me­ne voor­waar­den gede­po­ne­erd bij de Kamer van Koop­han­del onder KvK-num­mer 40397216.

I. ALGEMEEN

1.1 Onder “Sub­straat­fa­bri­kant” wor­dt in deze Alge­me­ne Voor­waar­den ver­sta­an de leden van de Ver­eni­ging van Pot­g­rond- en Sub­straat­fa­bri­kan­ten Neder­land. (Of een Sub­straat­fa­bri­kant lid is van deze ver­eni­ging kan koste­loos wor­den beves­tigd door de ver­eni­ging zelf.) De ver­eni­ging is sta­tu­ta­ir geves­tigd te ’s‑Gravenzande (geme­en­te West­land) en inge­schre­ven in het han­dels­re­gis­ter onder 40397216.

1.2 Onder weder­par­tij wor­dt in deze Alge­me­ne Voor­waar­den ver­sta­an de par­tij met wie de Sub­straat­fa­bri­kant een rechts­betrek­king aangaat.

1.3 Onder opdracht wor­dt in deze Alge­me­ne Voor­waar­den ver­sta­an het feit dat een weder­par­tij na het vra­gen van een prij­sop­ga­ve opdracht geeft tot leve­ring van sub­straat dan­wel ande­re pro­duc­ten en diens­ten, inclu­sief even­tueel – al dan niet kos­ten­loos – advies.

1.4 Onder Alge­me­ne Voor­waar­den wor­dt ver­sta­an de meest recen­te en gede­po­ne­er­de Alge­me­ne Voor­waar­den van De Ver­eni­ging van Pot­g­rond- en Sub­straat­fa­bri­kan­ten Neder­land, sta­tu­ta­ir geves­tigd te ’s‑Gravenzande (geme­en­te Westland).

II. ALGEMEEN / TOEPASSING

2.1 Toepas­se­li­jk­heid van de door de weder­par­tij gehan­te­er­de Alge­me­ne Voor­waar­den dan wel ande­re voor­waar­den wor­dt uit­druk­ke­li­jk van de hand gewezen.

2.2 Deze Alge­me­ne Voor­waar­den zijn van toepas­sing op alle rechts­betrek­kin­gen, waar­bij de sub­straat­fa­bri­kan­ten als (poten­tie­el) ver­ko­per en/ of lever­an­cier van zaken en/ of diens­ten optreedt. De sub­straat­fa­bri­kant richt zich voor­na­me­li­jk op ver­koop van pot­g­rond en sub­stra­ten. Niet­temin maken deze Alge­me­ne Voor­waar­den ook deel uit van iede­re rechts­betrek­king die geheel of gedeel­te­li­jk ziet op dienst­ver­le­ning door de Substraatfabrikant.

2.3 Van deze Alge­me­ne Voor­waar­den kan slechts wor­den afge­we­ken, indi­en zulks
schrift­eli­jk door bei­de par­ti­jen wor­dt vast­ge­legd dan wel door de Substraatfabrikant
schrift­eli­jk wor­dt bevestigd.

III. TOTSTANDKOMING OVEREENKOMST

Indi­en de weder­par­tij een opdracht plaatst komt de overeen­komst eerst tot stand,
door­dat de Sub­straat­fa­bri­kant deze schrift­eli­jk aan­vaar­dt dan wel onmiskenbaar
een begin met de uit­voe­ring daar­van maakt.

IV. AANVULLING OVEREENKOMST

Wan­neer de weder­par­tij wij­zi­gin­gen wenst aan te bren­gen in het overeengekomene
– welk ver­zoek daar­toe uit­s­lui­tend schrift­eli­jk dient te geschie­den – zal de
Sub­straat­fa­bri­kant slechts gehou­den zijn daar­a­an mee te wer­ken, wan­neer zulks
in rede­li­jk­heid uit­vo­er­baar is en onder gehou­den­heid van de weder­par­tij de uit die
wij­zi­ging voortvloei­en­de extra kos­ten voor haar reken­ing te nemen.

V. PRIJZEN

5.1 Alle pri­j­zen zijn – behou­dens indi­en schrift­eli­jk anders is overeen­ge­ko­men – af
maga­zi­jn dan wel indi­en zulks van toepas­sing is, af ops­lag­plaats. Daar­bij zijn alle
pri­j­zen exclu­sief B.T.W.

5.2 Ten tij­de van het slui­ten van een overeen­komst niet reeds beken­de toekomstige
wij­zi­gin­gen in arbei­ds­lo­nen, trans­port­kos­ten, kost­pri­j­zen van grond­stof­fen of
mate­ria­len en/of de valutako­er­s­wi­j­zi­gin­gen, die betrek­king heb­ben op de
overeen­ge­ko­men pre­sta­tie geven de Sub­straat­fa­bri­kant het recht deze zonder
meer door te bere­kenen. Door­bere­ken­ing bin­nen drie maan­den na het slui­ten van
de overeen­komst geeft de weder­par­tij het recht de overeen­komst op die grond te
ont­bin­den, door mid­del van een schrift­eli­j­ke medede­ling daar­van aan de
Substraatfabrikant.

VI. AFLEVERING / LEVERTIJD

6.1 Met de Sub­straat­fa­bri­kant overeen­ge­ko­men lever­tij­den gelden als indi­ca­tie en
niet als fata­le ter­mi­jn. Bij niet-tij­di­ge afle­ve­ring dient de weder­par­tij de
Sub­straat­fa­bri­kant der­hal­ve schrift­eli­jk in gebre­ke te stellen.

6.2 Afle­ve­ring geschiedt – behou­dens indi­en schrift­eli­jk anders is overeengekomen
– af maga­zi­jn dan wel indi­en zulks van toepas­sing is, af opslagplaats.

6.3 De Sub­straat­fa­bri­kant bepaalt indi­en zij het ver­vo­er regelt de wij­ze van vervoer
en de ver­ze­ke­ring tij­dens ver­vo­er, wel­ke bei­de afzon­der­li­jk aan de wederpartij
kun­nen wor­den door­bere­kend. Ver­vo­er geschiedt voor risi­co van de wederpartij.6.4
De Sub­straat­fa­bri­kant is gerech­tigd de door hem ver­schul­dig­de prestatie(s) in
gedeel­ten na te komen, ten­zij dit uit­druk­ke­li­jk in strijd is met schrift­eli­jk gemaakte
afs­pra­ken met de wederpartij.

VII. BETALING

7.1 Fac­tu­ren van de Sub­straat­fa­bri­kant die­nen vóór de op de fac­tuur vermelde
ver­val­da­tum vol­da­an te wor­den op de door de Sub­straat­fa­bri­kant aan te geven
wij­ze. De beta­ling dient te geschie­den effec­tief in de overeen­ge­ko­men valu­ta. De
weder­par­tij is niet bevo­egd op de te beta­len fac­tu­ren enig bedrag wegens een door
haar ges­tel­de tegen­vor­de­ring in min­de­ring te bren­gen. De weder­par­tij is tevens
niet bevo­egd de nako­m­ing van haar beta­lings­ver­plich­t­ing op te schor­ten, in geval
van een door haar bij de Sub­straat­fa­bri­kant inge­di­en­de klacht over de geleverde
pro­duc­ten, ten­zij de Sub­straat­fa­bri­kant in ruil voor een zekerheidsstelling
uit­druk­ke­li­jk met opschor­ting akkoord gaat.

7.2 In geval van niet-tij­di­ge beta­ling wor­den alle beta­lings­ver­plicht­in­gen van de
weder­par­tij, onge­acht of de Sub­straat­fa­bri­kant ter zake reeds heeft gefactureerd,
ter­s­tond opeis­baar. De Sub­straat­fa­bri­kant zal de weder­par­tij daar­van in het geval
de Sub­straat­fa­bri­kant zich op deze bepa­ling bero­ept schrift­eli­jk op de hoog­te stellen
en een pas­sen­de fac­tuur stu­ren. De Sub­straat­fa­bri­kant heeft dan o.a. recht op
opschor­ting van zijn leve­rings­ver­plich­t­ing en/of kan vold­o­en­de zeker­heid verlangen
als bedoeld in arti­kel 9 van deze alge­me­ne voor­waar­den dan wel heeft het recht
om de overeen­komst – al dan niet – gedeel­te­li­jk te ont­bin­den als bedoeld in artikel
12 van deze alge­me­ne voorwaarden.

7.3 In geval van niet-tij­di­ge beta­ling is de weder­par­tij een ren­te ver­schul­digd ten
bedra­ge van de wet­te­li­j­ke handelsrente.

7.4 Indi­en de weder­par­tij niet of niet tij­dig één van zijn ver­plicht­in­gen nakomt,
dan komen, naast de overeen­ge­ko­men prijs en kos­ten, alle kos­ten ter verkrijging
van vold­o­e­ning bui­ten rech­te voor reken­ing van de weder­par­tij, waa­ron­der ook
val­len de kos­ten voor het opstel­len en ver­zen­den van aan­ma­nin­gen, het doen van
een schik­king­s­voors­tel en het inwin­nen van inlicht­in­gen. De bere­ken­ing van de bui­ten­ge­rech­te­li­j­ke kos­ten vin­dt vol­gens de staf­fel van het Bes­luit vergoeding
voor bui­ten­ge­rech­te­li­j­ke incas­s­o­kos­ten plaats. Indi­en Sub­straat­fa­bri­kant aantoont
hoge­re kos­ten te heb­ben gema­akt, komen ook deze voor ver­go­e­ding in
aanmerking.

7.5 Indi­en de Sub­straat­fa­bri­kant op wel­ke grond dan ook wor­dt aan­ge­spro­ken door
de weder­par­tij en de Sub­straat­fa­bri­kant zich als gevolg daar­van genood­za­akt ziet
een expert in te scha­ke­len ter vast­stel­ling van de fei­ten waarop de weder­par­tij haar
aan­spraak baseert, is de weder­par­tij gehou­den de door deze expert aan de
Sub­straat­fa­bri­kant in reken­ing gebrach­te kos­ten aan de Sub­straat­fa­bri­kant te
ver­go­e­den indi­en en voor zover de aan­spraak of aans­pra­ken van de weder­par­tij, al
dan niet na een bero­ep op de Alge­me­ne Voor­waar­den, onte­recht bli­jkt te zijn
geweest, ter voor­ko­m­ing van een even­tue­le pro­ce­du­re. Nadat het onder­zoek van
de expert is afge­rond, heeft de weder­par­tij 7 dagen de tijd om een even­tue­le claim
in te dienen.

7.6 Beta­lin­gen door of van­we­ge de weder­par­tij strek­ken ach­te­reen­vol­gens ter
vold­o­e­ning van de door hem ver­schul­dig­de bui­ten­ge­rech­te­li­j­ke incas­s­o­kos­ten, de
gerech­te­li­j­ke kos­ten, de door hem ver­schul­dig­de ren­ten en daar­na in vol­g­or­de van
ouder­dom de open­sta­an­de hoof­d­som­men, onge­acht anders­lu­iden­de aan­wi­j­zing van
de wederpartij.

7.7 De weder­par­tij kan slechts schrift­eli­jk bezwaar maken tegen de fac­tuur binnen
14 dagen na factuurdatum.

VIII. EIGENDOMSVOORBEHOUD EN VERPANDING

8.1 De Sub­straat­fa­bri­kant behoudt zich de eigen­dom van alle door hem geleverde
of te leve­ren zaken voor, tot­dat inte­graal aan hem vol­da­an zul­len zijn:
a. Alle door de weder­par­tij ver­schul­dig­de pre­sta­ties voor alle krachtens
overeen­komst gele­ver­de of te leve­ren zaken also­ok krach­tens zodanige
overeen­komst ver­richt­te of te ver­rich­ten werkzaamheden;
b. Alle vor­de­rin­gen wegens tekort­schie­ten van de weder­par­tij in de nako­m­ing van
zoda­ni­ge overeenkomst(en). Het is de weder­par­tij niet geo­or­loo­fd zich op een
reten­tie­recht te bero­epen voor wat betreft de bewa­rings­kos­ten en deze kos­ten te
verre­kenen met de door haar ver­schul­dig­de prestaties.

8.2 Indi­en eni­ge zaak inge­vol­ge lid 1 aan de Sub­straat­fa­bri­kant toe­komt, kan de
weder­par­tij daa­ro­ver uit­s­lui­tend beschik­ken in het kader van haar normale
bedrijfsoefening.

8.3 Indi­en de weder­par­tij in ver­zu­im is ten aan­zi­en van de pre­sta­ties als in lid 1
bedoeld, is de Sub­straat­fa­bri­kant gerech­tigd de zaken, die aan hem toebehoren,
zelf voor reken­ing van de weder­par­tij terug te (doen) halen van de plaats waar zij
zich bevin­den. De weder­par­tij ver­le­ent de Sub­straat­fa­bri­kant reeds nu vooralsdan
onher­ro­e­pe­li­jk vol­macht om daar­toe de bij of voor de weder­par­tij in gebruik zijnde
ruim­ten te (doen) betreden.

8.4 De weder­par­tij ver­plicht zich hier­bij aan de Sub­straat­fa­bri­kant op zijn eerste
daar­toe strek­ken­de ver­zoek in pand te geven, die deze ver­pan­ding als­dan zal
aan­vaar­den, alle zaken waar­van de weder­par­tij (mede)eigenaar wor­dt door
zaaks­vor­ming, natrek­king, vermenging/versmelting met de door de
Sub­straat­fa­bri­kant gele­ver­de en/of te leve­ren zaken, als­me­de alle vor­de­rin­gen die
de weder­par­tij zal heb­ben op haar afne­mers voortvloei­en­de uit de doorlevering
door de weder­par­tij aan haar afne­mers van zaken die door de Substraatfabrikant
aan de weder­par­tij zijn ver­kocht en gele­verd, zulks tot zeker­heid voor al hetgeen
de Sub­straat­fa­bri­kant te eni­ger tijd van de weder­par­tij te vor­de­ren heeft of zal
heb­ben. De weder­par­tij zal op eers­te ver­zoek een door de Substraatfabrikant
opge­s­tel­de pan­dak­te onder­te­kenen. Voorts heeft de weder­par­tij door de
toepas­se­li­jk­heid van deze Alge­me­ne Voor­waar­den de Substraatfabrikant
onher­ro­e­pe­li­jk vol­macht gege­ven, met het recht van sub­sti­tu­tie, om die goederen
en vor­de­rin­gen als hier­voor geno­emd in dit arti­kel namens de wederpartij,
even­tueel steeds her­haald, aan zich­z­elf te ver­pan­den, en alles te doen wat dienstig
is voor de verpanding.

IX. ZEKERHEID

9.1 Door het van toepas­sing wor­den van deze Alge­me­ne Voor­waar­den heeft de
weder­par­tij zich jegens de Sub­straat­fa­bri­kant ver­bonden om voor alle bestaande
en alle toe­koms­ti­ge vor­de­rin­gen van de Sub­straat­fa­bri­kant op de weder­par­tij, uit
wel­ke hoof­de ook, op eers­te ver­zoek van de Sub­straat­fa­bri­kant, ten geno­e­gen van
de Sub­straat­fa­bri­kant, (aan­vul­len­de) zeker­heid te stel­len. Deze dient steeds
zoda­nig te zijn, en daar­toe zo nodig door de weder­par­tij ten geno­e­gen van de
Sub­straat­fa­bri­kant te wor­den ver­van­gen en/of aan­ge­vuld, dat de Sub­straat­fa­bri­kant door­lo­pend geno­egzame en vold­o­en­de zeker­heid heeft. Zolang de weder­par­tij daar­a­an niet vol­da­an heeft, is de Sub­straat­fa­bri­kant gerech­tigd nako­m­ing van zijn ver­plicht­in­gen op te schorten.

9.2 Indi­en de weder­par­tij aan een ver­zoek als bedoeld in lid 1 niet bin­nen 14 dagen na een daar­toe strek­ken­de schrift­eli­j­ke aan­ma­ning gevolg heeft gege­ven, wor­den al haar ver­plicht­in­gen direct opeisbaar.

X. KLACHTEN, ONDERZOEKSPLICHT, VERJARING EN NAKOMING

10.1 De weder­par­tij heeft de ver­plich­t­ing bij afle­ve­ring en uiter­li­jk bin­nen 24 uur
na afle­ve­ring (indi­en niet anders mogeli­jk steek­pro­efs­ge­wijs) te onder­zo­e­ken of
het­ge­en is afgele­verd aan de overeen­komst beant­wo­or­dt, te weten:

  • of de juis­te zaken zijn geleverd;
  • of de afgele­ver­de zaken wat betreft kwan­ti­t­eit (bij­vo­or­beeld het aan­tal en de
    hoeve­el­heid) beant­wo­or­den aan de overeenkomst;
  • of de afgele­ver­de zaken vold­o­en aan de overeen­ge­ko­men kwa­li­teits­ei­sen of -
    indi­en deze ontbre­ken – aan de eisen die ges­teld mogen wor­den voor een
    nor­maal gebruik en/of handelsdoeleinden;

Is dit niet het geval en doet de weder­par­tij daar­van niet bin­nen acht dagen
schrift­eli­jk medede­ling aan de Sub­straat­fa­bri­kant dan ver­liest de weder­par­tij alle
rech­ten ter­za­ke tekort­ko­m­ing in de nako­m­ing ver­band hou­den­de met het niet
beant­wo­or­den van het­ge­en is afgele­verd aan de overeen­komst. Ont­vangt de
Sub­straat­fa­bri­kant niet bin­nen acht dagen een schrift­eli­j­ke medede­ling dat
het­ge­en is afgele­verd niet aan de overeen­komst beant­wo­or­dt, dan wor­dt tussen
par­ti­jen als bewe­zen geacht dat het­ge­en is afgele­verd aan de overeenkomst
beantwoordt.

10.2 Vor­de­rin­gen en ver­we­ren, gegrond op fei­ten en / of stel­lin­gen inhou­den­de dat
het­ge­en is afgele­verd niet aan de overeen­komst beant­wo­or­dt, ver­ja­ren door
ver­loop van één jaar na het moment van afle­ve­ring. Vor­de­rings­rech­ten van de
weder­par­tij ver­val­len 1,5 jaar na het moment van aflevering.

10.3 Beant­wo­or­dt het afgele­ver­de niet aan de overeen­komst dan is de Sub­straat­fa­bri­kant te zij­ner keu­ze slechts gehou­den tot afle­ve­ring van het ontbre­ken­de, her­s­tel van de afgele­ver­de zaak of ver­van­ging van de afgele­ver­de zaak.

10.4 Het in dit arti­kel bepaal­de is van overeen­koms­ti­ge toepas­sing op het
ver­rich­ten van diens­ten, met dien ver­stan­de dat de in lid 1 geno­em­de ter­mi­jn van
één dag na afle­ve­ring in geval van diens­ten één maand na dienst­ver­le­ning betreft.

XI. GETALLEN, MATEN, GEWICHTEN EN VERDERE GEGEVENS

11.1 Gerin­ge afwi­j­kin­gen ten aan­zi­en van opge­ge­ven maten, gewich­ten, getallen,
kleu­ren en ande­re der­geli­j­ke gege­vens gelden niet als tekortkomingen.

11.2 Van een gerin­ge afwi­j­king is spra­ke in geval van een mar­ge van maximaal
10% meer of min­der dan de opge­ge­ven spe­ci­fi­ca­tie. Getoon­de of verstrekte
mons­ters gelden slechts ter aanduiding.

11.3 Getoon­de of ver­st­rek­te mons­ters gelden slechts ter aan­dui­ding, zon­der dat
een zaak die onder­werp is van een overeen­komst tot ver­koop of dienstverlening,
daar­a­an behoeft te beantwoorden.

11.4 De te leve­ren sub­stra­ten vold­o­en aan de kwa­li­teits­ei­sen of nor­men die worden
ges­teld door de Neder­land­se wet- en regel­ge­ving. Voor zover de in Nederland
gele­ver­de zaken bui­ten Neder­land zul­len wor­den gebruikt, is de weder­par­tij er
ver­ant­wo­or­de­li­jk voor dat de te leve­ren sub­stra­ten vold­o­en aan de kwaliteitseisen
of nor­men die wor­den ges­teld in het betref­fen­de land, ten­zij anders is
overeengekomen.

Ook alle ande­re kwa­li­teits­ei­sen die door de weder­par­tij aan de te leve­ren zaken
wor­den ges­teld en wel­ke afwi­j­ken van de nor­ma­le eisen, die­nen bij het slui­ten van
de koopo­vereen­komst door de weder­par­tij nadruk­ke­li­jk te wor­den gemeld.

XII. NIET-NAKOMING

12.1 De vor­de­rin­gen van Sub­straat­fa­bri­kant op de weder­par­tij zijn onmiddellijk
opeis­baar indien:

  • na het slui­ten van de overeen­komst aan Sub­straat­fa­bri­kant ter ken­nis gekomen
    omstan­dig­he­den goe­de grond geven te vre­zen dat de weder­par­tij niet aan haar
    ver­plicht­in­gen zal voldoen;
  • Sub­straat­fa­bri­kant de weder­par­tij heeft ver­zocht zeker­heid te stel­len voor de
    nako­m­ing en deze zeker­heid bin­nen de ges­tel­de ter­mi­jn uit­bli­jft dan wel
    onvold­o­en­de is.

In de geno­em­de geval­len is Sub­straat­fa­bri­kant bevo­egd de ver­de­re uit­voe­ring van
de overeen­komst op te schor­ten, dan wel de overeen­komst te ont­bin­den, één en
ander onver­min­derd het recht om scha­de­ver­go­e­ding te vorderen.

12.2 Indi­en zich omstan­dig­he­den voor­doen met betrek­king tot per­so­nen en/of
mate­riaal waar­van Sub­straat­fa­bri­kant zich bij de uit­voe­ring van de overeen­komst bedient of zich pleegt te bedie­nen, wel­ke van dien aard zijn dat de uit­voe­ring van
de overeen­komst onmo­geli­jk dan wel der­ma­te bezwaar­li­jk en/of onevenredig
kost­baar wor­dt, dat nako­m­ing van de ver­plich­t­ing onder de overeen­komst in
rede­li­jk­heid niet meer kan wor­den gever­gd, is de Sub­straat­fa­bri­kant bevo­egd de
overeen­komst te ontbinden.

12.3 Onder over­macht wor­dt ver­sta­an omstan­dig­he­den die de nako­m­ing van de
verb­in­te­nis ver­hin­de­ren, en die niet aan de Sub­straat­fa­bri­kant zijn toe te rekenen.
Hie­ron­der zul­len (indi­en en voor zover deze omstan­dig­he­den de nakoming
onmo­geli­jk maken of onrede­li­jk bemo­ei­li­j­ken) mede zijn begrepen: brand,
sta­kin­gen in ande­re bedrij­ven dan die van de Sub­straat­fa­bri­kant, wil­de stakingen
of poli­tie­ke sta­kin­gen in het bedri­jf van de Sub­straat­fa­bri­kant; een algemeen
geb­rek aan beno­di­g­de grond­stof­fen en ande­re voor het tot­stand­bren­gen van de
overeen­ge­ko­men pre­sta­tie beno­di­g­de zaken of diens­ten; mogelijke
kwa­li­teits­pro­ble­men bij de Sub­straat­fa­bri­kant of toele­ver­an­cier van de
Sub­straat­fa­bri­kant, niet voor­zi­en­ba­re sta­gna­tie bij toele­ver­an­ciers of andere
der­den waar­van de Sub­straat­fa­bri­kant afhank­e­li­jk is en algemene
vervoersproblemen.

12.4 De Sub­straat­fa­bri­kant heeft ook het recht zich op over­macht te beroepen,
indi­en de omstan­dig­heid die (ver­de­re) nako­m­ing ver­hin­dert intreedt nadat de
Sub­straat­fa­bri­kant haar verb­in­te­nis had moe­ten nakomen.

12.5 Tij­dens over­macht wor­den de leve­rings- en ande­re ver­plicht­in­gen van de
Sub­straat­fa­bri­kant opge­schort. Indi­en de peri­ode waa­rin door over­macht nakoming
van de ver­plicht­in­gen door de Sub­straat­fa­bri­kant niet mogeli­jk is lan­ger duurt dan
48 uur zijn bei­de par­ti­jen bevo­egd de overeen­komst te ont­bin­den zon­der dat er in
dat geval een ver­plich­t­ing tot scha­de­ver­go­e­ding bestaat.

12.6 Indi­en de Sub­straat­fa­bri­kant bij het intre­den van de over­macht al
gedeel­te­li­jk aan zijn ver­plicht­in­gen heeft vol­da­an, of slechts gedeel­te­li­jk aan zijn
ver­plicht­in­gen kan vold­o­en, is hij gerech­tigd het reeds gele­ver­de c.q. het leverbare
deel afzon­der­li­jk te fac­ture­ren en is de weder­par­tij gehou­den deze fac­tuur te
vold­o­en als betrof het een afzon­der­li­jk con­tract. Dit geldt ech­ter niet als het reeds
gele­ver­de c.q. lever­ba­re deel geen zelf­stan­di­ge waar­de heeft.

XIII. AANSPRAKELIJKHEID EN SCHADEVERGOEDING

13.1 De Sub­straat­fa­bri­kant spant zich ter zake van de leve­ring van sub­straat in om sub­straat te leve­ren dat, vrij is van voor mensen, die­ren of plan­ten schadelijke
hoeve­el­he­den organismen.

13.2 De Sub­straat­fa­bri­kant is voor de leve­ring van pro­duc­ten en diens­ten zoals
onder ande­re omschre­ven onder arti­kel 1.3 slechts aans­pra­ke­li­jk voor scha­de, die
aan zijn opzet of gro­ve schuld te wij­ten is.

13.3 De Sub­straat­fa­bri­kant is nim­mer gehou­den tot ver­go­e­ding van schade
anders dan aan per­so­nen of zaken.

13.4 Indi­en er con­form het boven­sta­an­de spra­ke is van aans­pra­ke­li­jk­heid dan is
deze aans­pra­ke­li­jk­heid te allen tij­de gel­imi­te­erd tot ten hoogs­te het voor die
betref­fen­de rechts­betrek­king samen­hang­en­de door de weder­par­tij verschuldigde
fac­tu­ur­be­drag, alt­hans voor zover dit kenne­li­jk onrede­li­jk zou zijn tot ten hoogste
het bedrag, dat door de assura­deur van de Sub­straat­fa­bri­kant als schade-uitkering
beschik­baar wor­dt gesteld.

13.5 De Sub­straat­fa­bri­kant bedingt alle wet­te­li­j­ke en contractuele
ver­weer­mid­de­len, wel­ke hij ter afwe­ring van zijn eigen aans­pra­ke­li­jk­heid jegens de
weder­par­tij kan inro­epen, mede ten behoeve van zijn onder­ge­schik­ten en de nietondergeschikten.

 

XIV. TOEPASSELIJK RECHT, BEVOEGDE RECHTER EN DIVERSEN

14.1 Op alle rechts­betrek­kin­gen, zowel natio­naal als inter­na­tio­naal, tus­sen de
Sub­straat­fa­bri­kant en de weder­par­tij is Neder­lands recht van toepas­sing. De
toepas­se­li­jk­heid van het Weens Koop­ver­drag 1980 (CISG) is uitgesloten.

14.2 In afwi­j­king van alle niet dwin­gend rech­te­li­j­ke op de rechts­betrek­king tussen
de Sub­straat­fa­bri­kant en de weder­par­tij van toepas­sing zijn­de bepa­lin­gen, worden
alle geschil­len tus­sen de Sub­straat­fa­bri­kant en de weder­par­tij bij uit­s­lui­t­ing van
ande­re rech­ters voor­ge­legd aan de abso­luut bevo­eg­de Neder­land­se gerechtelijk
instan­tie. In afwi­j­king van alle niet dwin­gend rech­te­li­j­ke bepa­lin­gen tus­sen partijen
is met uit­s­lui­t­ing van alle ove­ri­ge gerech­te­li­j­ke instan­ties rela­tief bevo­egd de
rech­ter van de plaats van ves­ti­ging van de Sub­straat­fa­bri­kant. De
Sub­straat­fa­bri­kant is even­wel bevo­egd indi­en hij als eiser of ver­zo­e­ker een
pro­ce­du­re start, een ande­re rela­tief bevo­eg­de gerech­te­li­j­ke instan­tie aan te
zoeken.

14.3 Wij ver­wer­ken data in overeen­stem­ming met de EU GDPR wet­ge­ving en loka­le wet­ge­ving die hierop van toepas­sing is.

XV. CONVERSIE

Indi­en en voor zover wegens strijd met het toepas­se­li­jk recht op eni­ge bepa­ling of
een deel op eni­ge bepa­ling in deze Alge­me­ne Voor­waar­den geen bero­ep kan
wor­den geda­an, dan komt aan die bepa­ling de bete­kenis toe die qua inhoud en
strek­king zove­el mogeli­jk overeen­s­temt met het­ge­en bij het opstel­len van de
betref­fen­de (deel)bepaling is beoogd, zodat daarop door par­ti­jen als­nog een beroep
kan wor­den gedaan.

XVI. NEDERLANDSE TEKST PREVALEERT

Deze Alge­me­ne Voor­waar­den zijn opge­s­teld ten­ein­de te wor­den gebruikt in
natio­na­le en inter­na­tio­na­le overeen­koms­ten. In het kader daar­van zul­len deze
Alge­me­ne Voor­waar­den ook wor­den ver­taald vanuit het Neder­lands naar andere
talen. Indi­en par­ti­jen van mening ver­schil­len over de uit­leg van een niet
Neder­land­se ver­sie van deze Alge­me­ne Voor­waar­den, dan pre­va­leert de
Neder­land­se tekst van deze Alge­me­ne Ver­ko­op­vo­or­waar­den boven een vertalingen
of ver­ta­lin­gen daarvan.